Voor de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Zeewolde.
Net als onze molens
Als ik mijn vlakte binnen rij
Verwelkomen mij
Zwaaiend
Eén voor één
In 't gelid
Ranke reuzen
Helder wit
Draaiend
Spitse neuzen
Stalen snoeten
Verankerd in
Betonnen voeten
Ze waken
Over open veld
Hun wieken dansen
Trage slag na trage slag
Vanaf het krieken van de dag
Tot de avond is gekomen
Ze maken
Samen met golvend riet
En grauwe ganzen
Het geluid
Dat ik van jongs af aan
Kan dromen
Van eenvoudigste schoonheid
Zijn statige molens
Door vriesblauw omrand
Ochtendzonnestralen
Leggen een lange deken van schaduw
Over omgeploegd land
Gaat lucht soms dreigen
En lijkt het of onder
Een hemel van bliksem en donder
Grimmige onstuimigheid
De overhand gaat krijgen
Dan trekken wij niet terug
Dan halen wij
Als die storm begint
Met een rechte rug
Alle kracht
Uit tegenwind
Samen, met elkaar
Net als onze molens
Gelukkig nieuwjaar!
De rap kreeg ik van "De Rappende Zeehond'. Dank!
Beterschap voor alle zieken!
Stal
Ze wouden met mij niet gourmetten
Ze jouwden naar mij: Ga naar bed en
We komen je zo wel wat brengen
Pak een goed boek, of kijk Omroep Max
Drink genoeg water
Slaap lekker, tot straks!
Voor het tweede jaar op rij
Lig ik kerstavond onder een sprei
Proestend onder wol, gordijnen dicht
Neus- en voorhoofdsholtes vol
Hoestend in een donker ongezellig hol
Door paracetamol verlicht
In de verte klinkt plezier
In de verste verte lijkt het hier
Geen kerst te worden in dit sombere verlaten hok
Sfeerloos zonder kaarsen, zonder eten
Oooh dennenboom, Kling klokje
Ze zijn me echt vergeten
Ik laat me zeker toch niet kennen
Ik heb een rechte rug
Met een beetje fantasie
Ruiken eucalyptussnoepjes ook naar dennen
En ik zie
In mijzelf ineens een herdertje terug
Zo, warm onder schapenwol
Lig ik als een os te loeien
Met wangen die als goud en wierook gloeien
Honderd witte tissues
Her en der verspreid
Als verse sneeuw
Op slaapkamertapijt
Na elke snotter, elke snitter
Wordt mijn sprookjeswereld witter en witter
Hier staat dan wel geen kaarsje
Maar m'n keel brandt tot en met
En beschijnt m’n winterwereld, hier vanuit m’n warme bed
Midden in die winternacht
Wordt m’n kerstdroom wreed verstoord:
Met een dienblad staat mijn engel onverwacht
In een helverlichte poort
Ze moppert kribbig uit de hal
De liefste woorden die ik hoorde:
Jan, het lijkt hier wel een stal!
Voor iedereen die een geliefde moet missen
Onze adems
Onze adems
Wervelen,
Kolken
Door de januarikoude
Buitenlucht
Mijn wolken
En de jouwe
Smelten samen
In het blauwe
En verdwijnen
In het niets
Nooit meer
Voel ik kou
Van jouw lieve handen
Die in de diepe zakken
Van mijn jas
Mijn warme handen pakken
Toch voel ik ze
Ik hou je stevig vast
Januari, op de Sportlaan - eigen foto
Beste lezer,
Ze liepen samen
Door de sneeuw
Een eindje op
De mens vertraagde
En de vogel
Vloog niet op
Waar ís die vrede van je dan?
Zegt de man
Om de duif te jennen
Kom, volg me dan
Koert de duif geroerd
Want vredesduiven laten zich niet kennen
Ik zal de weg naar vrede wijzen
We zijn een beetje in de buurt
En reizen door zolang het duurt
Kijkt u, beste lezer,
Vandaag nog steeds bezorgd
Naar het nieuws van half acht
Dan blijkt vrede
Verder lopen
Dan die vredesduif toen dacht
Een steunbetuiging aan alle poh's en medewerkers van de prikpost. Ik hoorde dat je er af en toe bijzondere dingen meemaakt
Afbeelding gemaakt door AI
De lunchbox
De afspraak met de prikpost van ‘t Sint Jansdal
Was net als de patiënte
Al een tijd terug geprikt
Of ze ook dat ienieminipotje
Wilde vullen met urine
Maar die pot leek niet geschikt
Was veel te klein
Geklieder en gedoe
Echt een stap of tig te ver
In een kast boven haar aanrecht
Stond al jarenlang
Die lunchbox van de Tupperware
Zo behoedzaam
Als bij het vullen
Gaf de patiënte
Met haar beide handen
De lauwe lunchbox
Langzaam aan de assistente
En mompelde nog vlug
Tijdens het stropen van haar mouw
Op vervaarlijk trage toon
Mag ik m'n trommel
Straks weer terug?
Schoon?