De koning wint altijd
Toen de koning met yahtzeeën had verloren
Gooide hij de gouden dobbelstenen
Tamelijk onbezonnen
Om de oren
Van de prinsjes en prinsesjes
En riep: Ik ben de koning, dus ik heb gewonnen!
En toen het koninklijk chagrijn
Bij het Pesten twintig kaarten van het stapeltje moest pakken
Was 't kasteel te klein en riep de koning
Naar de prinsjes en prinsesjes
Dat vanaf vandaag in heel het land
Pesten wordt gewonnen door degene met de meeste kaarten in z’n hand!
Toen plotseling het volkslied stopte
Vond de koning ook geen vrije stoel meer bij de stoelendans
En terwijl hij afgestompt een stoel wegschopte
Riep het vorstelijke stuk verdriet
Naar de prinsjes en prinsesjes
Jullie zijn te vroeg begonnen, dit spelletje telt nog niet!
Bij het levend schaken
Bedierf hij ook alweer de pret
Hij wist heel zeker dat de prinsjes en prinsesjes
Achter zijn rug om het witte paard hadden verzet
Jullie spelen vals en beduvelen de kluit
Dus heb ik gewonnen, bij koninklijk besluit!
Zeg grote vent
Ben jij nou helemaal betoeterd gewoon
Foetert zijn vrouw vanaf de troon
Vanaf vandaag laat jij één dag in het jaar
Alle kinderen lekker spelen met elkaar
En je bemoeit je er niet mee, je blijft maar lekker binnen
Dan kunnen alle prinsjes en prinsesjes
Ook een keer een potje winnen
Strijdbaar doch verlegen
Sputtert hij z'n vrouw een beetje tegen
Goed, jij je zin, wat kan mij het schelen
Maar dan noem ik het, helemaal door mezelf verzonnen:
Koningsspelen
Heb ik tóch een beetje gewonnen
Koning Willem-Alexander opent de landelijke Koningsspelen 17 april in Zeewolde
Afbeelding: OpenAI, check de details
Foto's: Ben Haven
Droog
Het Kerkplein
Herinnert zich het water
Van de dorpsfontein
Dat met luid geklater
Op haar grijze tegels kletterde
In het najaar even stopte
In het voorjaar verder spetterde
De stralen blij omhoog
Kinderen die met water spelen
Een hele zomer lang
De bron staat nu al tijden droog
Alsof het niemand iets kan schelen
Zullen we een loodgieter mailen?
Ik wens je een maan
Soms zie ik
Overdag
Een volle maan
Aan de helderste hemel
In het blauwste blauw
Soms droom ik
‘s Nachts
Een volle zon
Aan mijn zwartste hemel
In mijn nachtste nacht
Ze schijnt op mijn angsten
Verlicht benauwde dromen
Stopt mijn gepieker
Ben dan niet bang
Voor wat was
En gaat komen
Soms
Verandert iemands dag
Ineens
In de donkerste nacht
Krijgt in het daglicht
Pijn een lichaam
Krijgt in het daglicht
De dood een gezicht
Als in jouw overdag
Zó'n nacht regeert
Wens ik je een maan
In het blauwste blauw
Die je leven verzacht
Die je dagen verlicht
Dodenherdenking 2026
Een close encounter in de Raadhuisstraat
Ontvoerd uit de tijd
Lig ik onmachtig
Overgeleverd aan
Hogere machten
Te wachten
Op wat komen gaat
Een close encounter
In de Raadhuisstraat
Machteloos
Achterover
Over mij gebogen
Zonder mededogen
Staart iets buitenaards
Zonder pupillen
Door kille lege ogen
Naar mijn verlamde lijf
Dat zich schrap zet voor metaal
Dat in wit licht baadt
En langzaam richting mijn gezicht gaat
Mond verder open, hoor ik heel ver weg
En dan staan voor even
Tijd en ruimte stil
Sluit mijn blik en ga ik zweven
Gewichtloos
Naar de maan
Tot de woorden:
U moet ragen, hoor, niet flossen
Me verlossen,
Me terug op aarde zetten
Met een
Herrezen glimlach op het gelaat
Tot over een half jaar!
Buitenaards wezen
In de Raadhuisstraat
Een blijk van waardering voor de 'hogere machten'
Eigen foto
Welkom
Ik sta stil
In de kou
In mei
En ik wou en ik wil
Vrij
Aan de overzij
Van dat hek
Zijn
En daar
Door sneeuw
Van populieren
Fietsen
In een bos
Oneindig groot
Begaanbare paden
Een brug over een sloot
En dan dat hek
Ik fiets om
Zucht eens diep
Denkend aan die mop
Van die ambtenaar
Die sliep