Een close encounter in de Raadhuisstraat

 

Ontvoerd uit de tijd

Lig ik onmachtig

Overgeleverd aan 

Hogere machten

Te wachten 

Op wat komen gaat

Een close encounter

In de Raadhuisstraat

Machteloos

Achterover

Over mij gebogen

Zonder mededogen

Staart iets buitenaards

Zonder pupillen

Door kille lege ogen

Naar mijn verlamde lijf

Dat zich schrap zet voor metaal

Dat in wit licht baadt

En langzaam richting mijn gezicht gaat

Mond verder open, hoor ik heel ver weg

En dan staan voor even

Tijd en ruimte stil

Sluit mijn blik en ga ik zweven

Gewichtloos

Naar de maan

Tot de woorden:

U moet ragen, hoor, niet flossen

Me verlossen,

Me terug op aarde zetten

Met een

Herrezen glimlach op het gelaat

Tot over een half jaar!

Buitenaards wezen

In de Raadhuisstraat

Een blijk van waardering voor de 'hogere machten' (eigen foto)


Welkom

 

Ik sta stil

In de kou

In mei

En ik wou en ik wil 

Vrij

Aan de overzij

Van dat hek

Zijn

En daar

Door sneeuw

Van populieren

Fietsen

In een bos

Oneindig groot

Begaanbare paden

Een brug over een sloot

 

En dan dat hek

 

Ik fiets om

Zucht eens diep

Denkend aan die mop

Van die ambtenaar 

Die sliep

Afgeloten fietspad bij glamping De Parel (eigen foto)

Teken de petitie: https://www.fietsersbond.nl/


De Hoge Vaart door 'toegeknepen ogen', vanaf het naastgelegen fietspad naar Almere (door OpenAI)

Hoge Vaart

 

In broeierige warmte

Glijdt loom

Een bronzen stroom

Van fonkelend goud

Door wilgenwoud

 

Levendig gekwinkeleer

Valt als zomerregen

Neer

Op elke struik

En overhangende tak

Die zich

Spiegelt

 In een strak

Zonovergoten oppervlak

Van water

Waar

Slechts luid gesnater

Van een eend

De polder verraadt

De Hoge Vaart vanaf het naastgelegen fietspad naar Almere (eigen foto)


Op het complex van Volkstuinvereniging De Woelakkers aan de Woldlaan, bij de aardbeiplanten van Hans (eigen foto)

Volkstuinvereniging

 

We rusten beiden 

Op een schoffel

Door het lage hek gescheiden

 

M’n buurman heeft een heel mooi leven

Hij is met pensioen

Ik moet nog even

 

Hij wenst me ook zo’n fijne tijd

Wat later uit je bed

Een ei bij het ontbijt

 

Sporten, dan genieten

Van koffie met een plakje cake

En schoffelen in de bieten

 

Tijgerbollen of croissants

Uurtje slapen

Tour de France

 

Lekker koken, niet te gaar 

Geen frituur

Geen ping-en-klaar

 

Hij wenst me ook zo’n fijne tijd

We worden honderd

Een hand erop beslecht het pleit

 

En als ík de weddenschap verbreek

Trakteer ik bij afwezigheid

Hem op koffie én een plakje cake


Muzikanten in de Atol (foto Carla Spannenburg)

Zomersymfonie

 

In de verkoeling van een zonovergoten warm bad

Klinkt toekomstmuziek

Gespeeld door muzikanten

In een cocktail van zonnebrand en waterplanten

 

Hun gegier, gejoel, getier, gespat

Klinkt ontembaar energiek

Duizend bommetjes van formaat

Ontploffen dirigentloos in de maat

 

Geen geluid blijft ongehoord

Ook die van die muzikant 

Die in die mix van talen en álle kleuren mensen

Een nieuw record gaat plenzen

 

Na z'n aanloop en z'n slotakkoord

Snel weer naar de rand

Want bro's  bommetje van anderhalve meter

Kan tantoe beter!

De Atol (eigen foto)