Ik wens je een maan

 

Soms zie ik

Overdag

Een maan

Aan de helderste hemel

In het blauwste blauw

 

Soms droom ik

‘s Nachts

Een zon

Aan mijn zwartste hemel

In mijn nachtste nacht

 

Ze schijnt op mijn angsten

Verlicht benauwde dromen

Stopt mijn gepieker 

Ben dan niet bang

Voor wat was 

En gaat komen

 

Soms

Verandert iemands dag

Ineens

In de donkerste nacht

Krijgt in het daglicht

Pijn een lichaam

Krijgt in het daglicht

De dood een gezicht

 

Als in jouw overdag

Zó'n nacht regeert

Wens ik je een maan

In het blauwste blauw

Die je leven verzacht

Die je dagen verlicht

Dodenherdenking 2026 (eigen foto)


Een close encounter in de Raadhuisstraat

 

Ontvoerd uit de tijd

Lig ik onmachtig

Overgeleverd aan 

Hogere machten

Te wachten 

Op wat komen gaat

Een close encounter

In de Raadhuisstraat

Machteloos

Achterover

Over mij gebogen

Zonder mededogen

Staart iets buitenaards

Zonder pupillen

Door kille lege ogen

Naar mijn verlamde lijf

Dat zich schrap zet voor metaal

Dat in wit licht baadt

En langzaam richting mijn gezicht gaat

Mond verder open, hoor ik heel ver weg

En dan staan voor even

Tijd en ruimte stil

Sluit mijn blik en ga ik zweven

Gewichtloos

Naar de maan

Tot de woorden:

U moet ragen, hoor, niet flossen

Me verlossen,

Me terug op aarde zetten

Met een

Herrezen glimlach op het gelaat

Tot over een half jaar!

Buitenaards wezen

In de Raadhuisstraat

Een blijk van waardering voor de 'hogere machten' (eigen foto)


Welkom

 

Ik sta stil

In de kou

In mei

En ik wou en ik wil 

Vrij

Aan de overzij

Van dat hek

Zijn

En daar

Door sneeuw

Van populieren

Fietsen

In een bos

Oneindig groot

Begaanbare paden

Een brug over een sloot

 

En dan dat hek

 

Ik fiets om

Zucht eens diep

Denkend aan die mop

Van die ambtenaar 

Die sliep

Afgeloten fietspad bij glamping De Parel (eigen foto)


De Hoge Vaart door 'toegeknepen ogen', vanaf het naastgelegen fietspad naar Almere (door OpenAI)

Hoge Vaart

 

In broeierige warmte

Glijdt loom

Een bronzen stroom

Van fonkelend goud

Door wilgenwoud

 

Levendig gekwinkeleer

Valt als zomerregen

Neer

Op elke struik

En overhangende tak

Die zich

Spiegelt

 In een strak

Zonovergoten oppervlak

Van water

Waar

Slechts luid gesnater

Van een eend

De polder verraadt

De Hoge Vaart vanaf het naastgelegen fietspad naar Almere (eigen foto)


Op het complex van Volkstuinvereniging De Woelakkers aan de Woldlaan, bij de aardbeiplanten van Hans (eigen foto)

Volkstuinvereniging

 

We rusten beiden 

Op een schoffel

Door het lage hek gescheiden

 

M’n buurman heeft een heel mooi leven

Hij is met pensioen

Ik moet nog even

 

Hij wenst me ook zo’n fijne tijd

Wat later uit je bed

Een ei bij het ontbijt

 

Sporten, dan genieten

Van koffie met een plakje cake

En schoffelen in de bieten

 

Tijgerbollen of croissants

Uurtje slapen

Tour de France

 

Lekker koken, niet te gaar 

Geen frituur

Geen ping-en-klaar

 

Hij wenst me ook zo’n fijne tijd

We worden honderd

Een hand erop beslecht het pleit

 

En als ík de weddenschap verbreek

Trakteer ik bij afwezigheid

Hem op koffie én een plakje cake